61 – Ondergeschikt

Als ik groot ben, ben ik als de benedenloop van een rivier:
waar alles samenkomt, het vrouwelijke in de wereld;
Zo overwin ik rustig het mannelijke:
Door stil onderop te liggen.

Als ik groot ben, maak ik mij dus ondergeschikt; zo kan ik groeien
Als ik klein ben, ben ik ondergeschikt; zo kan ik groeien
steeds groei ik van onderaf

Als ik groot ben wil ik anderen met mij verbinden
Als ik klein ben wil ik mijn steentje bijdragen
Wil ik in beide gevallen groeien,
dan past mij ook op grote momenten ondergeschiktheid.

Volgend vers