16 – Terug gaan

Ik zoek de uiterste leegte op, om er in rust te verblijven.
Om mij heen zie ik de tienduizend dingen ontstaan, en allemaal ook weer vergaan.

Hun groei leidt tot bloei en de bloei keert weer terug naar haar oorsprong.
Die natuurlijke gang terug brengt me vredige rust: zo loopt het leven.

Als ik zelf terug ga kan ik het eeuwige zien, dat helder ver-licht
Zie ik het eeuwige niet, dan roep ik zelf de rampspoed over mij af
Zie ik het eeuwige wel, dan ben ik één met alles, zonder partij te kiezen
Heel, natuurlijk, als het Dao ben ik
Zonder vrees voor het eind van mijn lichaam.

Volgend vers