15 – Behoedzaam

De oude wijzen waren subtiel en mysterieus.
Hun weten is voor mij ondoorgrondelijk
En daarom richt ik mij op hun daden.

Ze liepen behoedzaam, als een vos over dun ijs
En oplettend, als werden ze van alle kanten in de gaten gehouden
Ze waren bescheiden als een gast
Ze werden steeds zachter, als smeltend ijs
Maar bleven ruw als onbewerkt hout.
Hun mind was open, als het dal
Mysterieus, als modderwater.

Kan ik de modder laten bezinken door het water met rust te laten?
Kan mijn beweging rust weer tot leven wekken?

Dat lukt alleen als ik dit Dao in mij bescherm,
En niet tot het uiterste ga.
Als ik niet tot het uiterste ga,
Komt het nieuwe leven door mijn oude gedaante heen.