1 – Onbenoembaar

De Dao waarover ik spreek, is niet het oneindige Dao
dat is niet meer dan een naam voor iets onbenoembaars.
Ongrijpbaar, ongevormd is het ’t begin van de kosmos.Tao
Tastbaar, ingedaald brengt het de tienduizend dingen voort.
In oorsprong hetzelfde, toch heel verschillend.

Ik zoek het ongrijpbare en richt me naar mijn ziel
Ik zoek het tastbare en richt me naar mijn lichaam.

Wonderlijk en mysterieus allebei
en daarachter ligt het wonderlijkste wonder.

 

Toelichting: Dit is het enige hoofdstuk waar ik twee varianten van gemaakt heb. De eerste versie was wel erg vrij, ver van de oorspronkelijke tekst verwijderd. Daar had ik achteraf toch geen vrede mee. Het was te veel een persoonlijke belijdenis, gebaseerd op het eerste hoofdstuk. Voor de volledigheid staat hij hieronder.

Ik ervaar iets dat onvoorstelbaar groter is dan mijzelf, stromend, fluctuerend.
Ik noem het Dao, omdat mijn menselijke taal het anders kleiner maakt en vast zet.

Ik ervaar het in het onzichtbare: inspiratie, een ingeving, de scheppende kracht van de natuur die de winter tot lente doet ontluiken.

Ik ervaar het in de zichtbare wereld om mij heen, met die tienduizenden schepselen en vormen die haar bevolken.

 Daarom,

leef ik met mijn hoofd hoog in de wolken en wil ik een en al geest worden.
leef ik met mijn voeten stevig op de grond en wil ik volledig lichaam zijn.

 Het zijn beiden aspecten van Dao, geest en lichaam, hemel en aarde, maar ze volgen elk hun eigen stroom.

De dans en het gevecht tussen beiden in mij en buiten mij is de poort van alle schepping.